Home

 

Mijn Reizen

Gastenboek

Links

Contact

 

 

 

Bestemming: Polen, Krakau
Dag van de Reis: 04
Datum: Maandag 08 augustus 2016
Plaats: Krakau - Auschwitz/Birkenau - Krakau
   

 

 

Wakker om 6.45 uur. Een blik naar buiten en we worden meteen vrolijk. Alweer een strak blauwe lucht en een fel gele zon. Het wordt een bijzondere dag vandaag. We gaan naar Auschwitz-Birkenau. Iets wat ik al heel lang wilde bezoeken. Zo indrukwekkend. Veel verhalen erover gelezen en veel documentaires gezien. Vandaag dus in het echt bezoeken. We ontbijten omstreeks 7.30 uur. Drie kwartier later zijn we klaar. Jan en ik lopen even de hoek om. Daar zit een slijterij. Mogelijk hebben ze een fles Cointreau. Helaas, dus een stukje verder naar de supermarkt. Ook niet. Dat is pech hebben, vanavond dus geen borrel met Cointreau. Bij terugkomst nog even naar de kamer in om me in te smeren met zonnebrandcrème.

 

 

 

We vertrekken om 10.00 uur en krijgen een lunchpakket van het hotel mee. Bij de parkeerplaats van Auschwitz zijn wel eettentjes maar daar is het altijd druk vertelt Artie. We hebben weinig tijd want alles werkt met een strak tijdsschema en daarbij moeten we ook nog van Auschwitz naar Birkenau rijden. Dus op advies van Artie neemt iedereen een lunchpakket van het hotel mee, welke rijkelijk gevuld is. We arriveren omstreeks 11.00 uur bij Auschwitz. Het is er erg druk. We steken de straat over en schieten een restaurant binnen om nog even de blaas te legen. Van Effeweg.nl hadden we te horen gekregen dat we geen Nederlandstalige gids ter beschikking hebben i.v.m. overboeking. Maar Artie heeft erg haar best gedaan en haar contacten aangesproken. Ze heeft een Nederlandstalige gids kunnen regelen. Complimenten! Om 11.45 uur verzamelen we bij de ingang. De controle is streng. Daar foto's maken is streng verboden. Daar kom ik wel achter wanneer ik een foto wil maken. Twee beveiligers maken me duidelijk dat het niet mag. We krijgen een koptelefoon en een kastje. Deze stemmen we af op de frequentie van de gids die een microfoon draagt. Zo kunnen we haar duidelijk verstaan ook al lopen we niet bij haar in de buurt. Ideaal! Onze groep wordt in twee gesplitst. Een klein gedeelte (die goed Duits verstaat) gaat met de Duits sprekende gids mee. Dan gaat de rondleiding van start. Als eerste komen we bij de wereldberoemde poort "Arbeit macht Frei".

 

 

Auschwitz was een verzameling van concentratie- en vernietigingskampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Nazi-Duitsland nabij de Poolse stad Auschwitz (Pools: Oświęcim) werden opgezet. Het was het grootste van alle Duitse concentratiekampen en bestond uit Auschwitz I (Stammlager of basiskamp), Auschwitz II-Birkenau (Vernichtungslager of vernietigingskamp), Auschwitz III-Monowitz (een werkkamp) en een aantal subkampen. Naar Auschwitz werden ongeveer 1,3 miljoen mensen gedeporteerd. Hiervan zijn er ongeveer 1,1 miljoen om het leven gekomen, waarvan het grootste deel werd vergast.

 

In april 1940 had Reichsfürher-SS Heinrich Himmler na diverse terreininspecties opdracht gegeven nabij Auschwitz tot de bouw van een concentratiekamp over te gaan. Reden om het concentratiekamp te bouwen was dat de cellen in Polen al overvol waren. Men had dus nieuwe plaatsen nodig om het groeiend aantal Poolse gevangenen die uit ingelijfde Poolse provincies kwamen te kunnen opsluiten. Aanvankelijk zou het kamp plaats moeten bieden aan 10 000 personen.

 

Het terrein dat voor de vestiging was uitgekozen lag aan de oostelijke zijde van de Moravische Poort, in een vlakte tussen de rivieren Sola en Wisla. Dit was een vochtig, drassig en ongezond gebied. Verkeerstechnisch bood deze plaats de nazi's veel voordelen, want Auschwitz lag aan de spoorwegverbinding van Katowice met Krakau. De oude Poolse legerkazernes in het dorpje Zasole vormden de eerste behuizing van het kampcomplex.

 

In de plannen was ook het voorstel van IG Farben voor de bouw van een zogenaamde Bunafabriek (productie van synthetisch rubber) inbegrepen. Het bedrijf zocht namelijk nog een plaats voor de fabriek. Aangezien Auschwitz over voldoende ruimte beschikte en in de omgeving voldoende water, kalk, zout, kolen en andere grondstoffen aanwezig waren, leek het concentratiekamp de nazi's hiervoor een plaats bij uitstek. Bovendien konden ze zo gebruikmaken van werkkrachten uit het concentratiekamp. Op 1 maart 1941 hadden een delegatie van IG Farben en Himmler een bespreking en bezichtiging in Auschwitz. Op 7 april datzelfde jaar nam in Katowice de bouw van de Bunafabriek een aanvang. Deze fabriek vormde samen met andere fabrieken van IG Farben het latere Auschwitz III-Monowitz.

 

 

 

 

 

Plattegrond Auschwitz

 

Auschwitz I werd – in tegenstelling tot wat eerder was gepland – niet als doorvoerkamp ingericht, maar als concentratie- en werkkamp. Op 5 mei 1940 werd Rudolf Höss aangesteld als kampcommandant. Het eerste gevangenentransport met dertig Duitse criminelen arriveerde op 20 mei 1940. Zij moesten samen met driehonderd Joden uit de stad het kamp opknappen. Vijftien SS'ers werden meegestuurd als bewakers. De dertig criminelen kregen later extra privileges door hun functie als kampoudsten of kapo's. Vrijwel de gehele oorlog lang waren de kapo's Duitse beroepscriminelen, die opvielen door hun wreedheid.

 

De oude, deels ommuurde Poolse legerkazerne werd in gebruik genomen als concentratie- en werkkamp. Aanvankelijk werden achttien gebouwen als barakken gebruikt, waaronder een kampziekenhuis en een kampgevangenis. Dit is later bekend geworden als "Block 11". Er werden wachttorens gebouwd en er werd prikkeldraad geplaatst. Buiten het kamp lagen twee gebouwen voor de kampstaf en een crematorium dat in een van de buitenwereld afgeschermde oude munitiebunker was ingericht.

 

Op 14 juni 1940, toen het kamp was opgeknapt, kwam het eerste officiële gevangenentransport met ongeveer 720 Poolse politieke gevangenen uit Tarnów aan in Auschwitz. Onder deze gevangenen bevond zich Wieslaw Kielar, die vijf jaar Auschwitz zou overleven.Het aantal gevangenen zou op 15 augustus door een transport politieke gevangenen uit Warschau oplopen tot 3200.Ook in de maanden daarna kwamen nog enkele transporten aan. Op 31 december 1940 bedroeg het aantal gevangenen 7829.De eerste executies in het kamp volgden. Op 22 november 1940 werden veertig politieke gevangenen neergeschoten als represailles voor een aanslag op een SS-officier in een nabijgelegen stad.In het eerste jaar werd het kamp gestaag uitgebreid. Vrijwel alle gevangenen waren zes dagen per week, elf uur per dag in de weer met de bouw van het kamp. Binnen een straal van vijf kilometer werden alle bewoners verdreven. De bouwmaterialen uit de verlaten woningen werden gebruikt voor bouw van barakken in het kamp.

 

In het tweede jaar bracht Himmler een inspectiebezoek aan het kamp. Hij gaf Höss de opdracht om de capaciteit van Auschwitz I uit te breiden tot 30 000. Tevens kreeg Höss de opdracht om bij het drie kilometer verderop gelegen Birkenau een tweede kamp met een capaciteit van 100 000 gevangenen te bouwen.Auschwitz I was aanvankelijk bedoeld om Poolse politieke tegenstanders, verzetsmensen en intellectuelen in onder te brengen. Later werden er Russische krijgsgevangenen en Duitse criminelen ondergebracht in dit kamp, en nog later ook Johova's getuigen, "asociale elementen" zoals landlopers en prostituees, homosexuelen en Joden. Ondanks de gestage uitbreiding naar een capaciteit van 30 000, lag het aantal gevangenen in de eerste jaren dat het kamp bestond voortdurend tussen de dertien- en zestienduizend mensen. In 1942 nam de aanvoer van gevangenen flink toe en bereikte dit aantal de twintigduizend.

 

Er werd zes dagen per week en elf uur per dag gewerkt (in de wapenfabrieken van Auschwitz III vaak zeven dagen). De zondagen waren voor wassen en douchen gereserveerd. Door de harde arbeidsomstandigheden, het weinige eten, de wreedheid van de SS en de slechte hygiëne was het sterftecijfer onder de gevangenen zeer hoog.

 

 

We bezoeken Blok 14. Hierin zien we op foto´s het proces van aankomst, selectie, straffen, etc. We zien ook identificatiebewijzen van de gevangenen, persoonlijke bezittingen zoals de koffers die de mensen meenamen, hun schoenen, brillen, hun potten en pannen alles met de veronderstelling dat ze op reis gingen. Erg indrukwekkend zijn de hopen met mensenhaar, boxen vol. De tranen schieten in je ogen wanneer je dit alles ziet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De foto´s aan de muren met namen, rijen lang, maakt alles nog persoonlijker. We zien foto´s van kinderen, de wanhoop in hun ogen. Kinderen van nog geen 5 jaar die hun ouders kwijt zijn. Kinderkleding die ze aan hadden bij aankomst in Auschwitz. Kinderen die later de gaskamer in zijn gedreven. Ongelofelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We komen ook langs het beruchte Blok 10 van de medische experimenten.

 

Josef Mengele was de beruchtste SS-arts. Hij voerde experimenten uit met tweelingen, omdat hij inzicht wilde krijgen in de rol van de genetische aanleg in de ontwikkeling en het gedrag van de mensen. De gekozen tweelingen werden altijd tot in details met elkaar vergeleken. Zo werd er dagelijks bloed afgenomen voor onderzoek. Nadat het bloed was onderzocht en bewerkt, werd dit vanuit het laboratorium in Berlijn teruggestuurd naar Auschwitz, waar het bloed van de ene bij de andere tweeling werd ingespoten. Dit leidde vaak tot koorts en andere ziekteverschijnselen. Tevens werden de tweelingen gebruikt om te onderzoeken of de kleur van de ogen kon worden veranderd. Mengele injecteerde een kleurstof rechtstreeks in de ogen, waarna vaak blindheid optrad. Bij jonge tweelingen werden vaak zonder verdoving ledematen en/of organen verwijderd. Andere, vaak iets oudere, tweelingen kregen een injectie met diverse bacteriën die uiteenlopende ziekten veroorzaakten. Mengele kon hierna vaststellen hoelang het duurde voordat de proefpersonen overleden. Dat de tweelingen de experimenten niet overleefden was voor de experimentatoren geen probleem, aangezien er voldoende andere tweelingen in het kamp waren. Bovendien kon Mengele autopsie uitvoeren op tegelijkertijd overleden tweelingen. Daarnaast testte hij via elektrocutie hoe hoog de stroomsterkte kon zijn zonder dat een mens eraan stierf (en zijn aldus verkregen bevindingen vormen nog steeds de basis voor de fabricage van aardlekschakelaars).

 

Naast de experimenten van Josef Mengele werd er ook door andere artsen geëxperimenteerd. De arts-apotheker Victor Capesius bijvoorbeeld onderwierp vanaf februari 1944 gevangenen aan experimenten met geneesmiddelen. SS-arts Eduard Wirths deed onderzoek naar het functioneren van de baarmoederhals. De gynaecologen Carl Clauberg en Horst Schumann deden onderzoek naar de sterilisatie van vrouwen, omdat het werd gezien als een mogelijke oplossing voor het "Jodenvraagstuk". Er werd onder andere getest met diverse chemicaliën die werden geïnjecteerd. Ook werden de vrouwen blootgesteld aan een grote hoeveelheid röntgenstraling. De vrouwen zouden hierdoor onvruchtbaar worden, terwijl ze geen werkkracht verloren.

 

Patiënten in het kampziekenhuis die niet snel genoeg gezond werden verklaard, werden door de nazi's vermoord met een fenolinjectie direct in het hart.

 

 

 

 

 

Dan komen we bij Blok 11 (of beter bekend als de kampgevangenis), zoals de naam al doet vermoeden, gevangenen vastgehouden. Het leeuwendeel van dit blok bestaat dan ook uit cellen. Om mensen extra streng te straffen bevatte dit blok in de kelder ook stacellen met een vloeroppervlak van ongeveer een vierkante meter. Deze cellen zonder lichtinval waren tot aan het plafond dichtgemetseld, met alleen onderin een luik waardoor de gevangenen naar binnen moesten kruipen. In een dergelijke cel werden gevangenen met vier personen opgesloten. Overdag moesten zij zo'n 11 uur werken om de rest van de tijd weer opgesloten te worden, soms wel 12 dagen achter elkaar. Veel gevangenen overleefden dit niet, zij stierven als gevolg van oververmoeidheid of verstikking. Ook waren er zogenaamde "verhongercellen", waar men de gevangenen liet doodhongeren.

 

Als represailles voor de vlucht van een gevangene uit Auschwitz I werden op 23 april 1941 willekeurig tien gevangenen uit blok 2 veroordeeld tot een hongerdood in blok 11. Tussen het kampziekenhuis (blok 10) en de kampgevangenis (blok 11) was een gesloten binnenplaats ingericht voor martelingen en executies. Hier werden gevangenen tegen de muur gezet. Vooraf moesten zij zich uitkleden in een omkleedruimte met wasbak in blok 11, waarna ze via een zijdeur de binnenplaats op werden gebracht. Als marteling werden de armen van de gevangenen op de rug gebonden, waarna ze aan hun handen werden opgehangen. De palen waaraan dit gebeurde zijn nog steeds op deze binnenplaats te zien. Om te voorkomen dat de zieken konden zien wat zich op deze binnenplaats afspeelde, zijn de ramen van blok 10 aan deze kant dichtgetimmerd.

 

Op de binnenplaats bij de executiemuur zien we nog bloemen staan die de Paus een week eerder heeft neergelegd.

 

 

 

 

 

We krijgen de mogelijkheid om in een blok te kijken die helemaal gericht is op Nederland. Vanuit Nederland werden zo'n 57.000 mensen naar Auschwitz getransporteerd. Van hen werden er 38.000 direct vergast, de overige 19.000 werden eerst als gevangene ingeschreven. Van die 19.000 zouden er 900 de oorlog overleven.

 

De Nederlanders werden met 68 treinen naar Auschwitz gedeporteerd: 65 uit Kamp Westerbork, 1 uit Apeldoorn (vertrek op 22 januari 1943, met voornamelijk patiënten en een deel van het personeel van het Joodse Krankzinnigengesticht Het Apeldoornsche Bosch en 2 uit Kamp Vught (vertrek op 15 november 1943 en 3 juni 1944). Sporadisch ontvluchtten mensen tijdens de reis; aantallen en identiteit van gedeporteerden waren wel bekend bij vertrek, maar werden niet gecontroleerd bij aankomst.

 

 

 

 

 

 

 

De eerste vergassingen van gevangenen uit Auschwitz vonden niet in het kamp zelf plaats; deze gevangenen werden vervoerd naar gaskamers in Duitsland. Eind juli 1941 werden in het kader van Aktion 14f13 ongeveer 570 gevangenen uit Auschwitz naar Schloss Sonnenstein in Prina gebracht, waar ze door middel van koolstofmonoxide (CO) werden vergast.Tot aan de zomer van 1941 werd deze methode alleen op gehandicapten toegepast. Ongeveer 70 000 gehandicapten waren al op deze manier gedood. Himmler wilde deze methode ook gaan gebruiken in concentratiekampen. Een speciale eenheid kwam Auschwitz om deze reden bezoeken. Al snel werd het systeem ingevoerd in Auschwitz. Zieken werd verteld dat ze zich, na inschrijving, konden laten behandelen. Ongeveer 575 personen schreven zich uiteindelijk in voor de "behandeling". Men werd echter niet behandeld, maar naar de gaskamers gebracht.

 

Tot 1941 werden de meeste slachtoffers niet vergast, maar doodgeschoten. Himmler woonde enkele executies in het oosten bij, en na een van deze executies vertelde SS-General Erisch von dem Bach-Zelewski aan Himmler dat de SS'ers die de executies uitvoerden het mentaal flink te verduren kregen. Dit zette Himmler aan het denken en hij realiseerde zich dat hij een betere, snellere en mentaal minder uitputtende methode moest vinden. SS-Leutnant dr. Albert Witmann, die betrokken was bij de ontwikkeling van de koolstofmonoxidevergassingen, werd naar het oosten gestuurd om een nieuwe methode uit te vinden. Hij kwam tot de conclusie dat het te duur en te veel werk was om flessen met koolstofmonoxide over grote afstand te vervoeren, en besloot daarop een vrachtwagen met explosieven mee te nemen. De Duitsers dreven gevangenen bij elkaar in een bunker en besloten deze op te blazen. Na deze methode werden er nog diverse andere massamoordmethodes uitgeprobeerd, waaronder het gebruik van uitlaatgassen. Ze dreven mensen bij elkaar in een kamer die verbonden was met de uitlaten van twee voertuigen. Deze methode van vergassing door middel van koolstofmonoxide was een stuk goedkoper dan het vervoeren van flessen met de stof.

 

Ook in Auschwitz I ging intussen het onderzoek naar verbetering van de moordmethodes door. Bij afwezigheid van kampcommandant Höss kreeg waarnemer Karl Fritzsch een doorslaggevend idee. Waar de SS nog steeds arbeidsongeschikte gevangenen doodschoot, dacht Fritzsch dat het middel waar men de kleren mee desinfecteerde, Zyklon B, tevens als gas kon worden gebruikt. Zodra Zyklon B aan lucht wordt blootgesteld, lossen de Zyklon B-kristallen op en komt een dodelijk gas vrij: waterstofcyanide (blauwzuur).

 

Eind augustus of begin september koos Fritzsch blok 11 uit om een proef te doen met Zyklon B. Een kelder werd voorbereid voor het experiment en vanaf dat moment mocht niemand meer uit zijn cel. Russische krijgsgevangenen werden in blok 11 bijeen gedreven en naar de kelder verplaatst. De eerste test met Zyklon B was een feit. De dag erna werd de effectiviteit gecontroleerd, waarbij bleek dat een groot deel van de gevangenen nog in leven was. De nazi's verhoogden daarop de dosis – met het door hen gewenste resultaat. De SS liet gevangenen de lijken opruimen en verbranden in het crematorium. Na dit eerste experiment werd een tweede vergassing met Zyklon B uitgevoerd op een transport met Russische krijgsgevangenen.

 

Toen Höss terugkwam in het kamp, kreeg hij het verhaal over het experiment te horen. Höss was tevreden en gerustgesteld. Voordeel was dat het op grote schaal kon plaatsvinden. Bovendien zouden de Duitsers nu bloedbaden bespaard blijven.

 

Na de vergassingen werd een oude munitiebunker omgebouwd tot een gaskamer met crematorium. De Duitse firma J.A. Topf und Söhne leverde de verbrandingsovens. In december 1941 vond de eerste grote vergassing hier plaats. Ongeveer negenhonderd Russische krijgsgevangenen werden met Zyklon B omgebracht, waarna in februari 1942 hetzelfde gebeurde met ongeveer vierhonderd Joodse arbeidsongeschikten. De eerste en enige gaskamer van Auschwitz I bleef "slechts" tot mei 1942 in gebruik.

 

Het crematorium bleef tot eind juli 1943 in gebruik. Na een verbouwing bleek de capaciteit nog steeds niet voldoende. De uitbreiding van Auschwitz I werd gecombineerd met de bouw van een nieuw en groter crematorium. Echter, de ovens bleken later niet naar het crematorium in Auschwitz I (Crematorium I) te gaan omdat ze nodig waren in het nieuwe kamp, Auschwitz II-Birkenau. Crematorium I werd vervolgens omgebouwd tot een luchtafweerbunker voor de SS.

 

Men vermoedt dat in de gaskamer van Auschwitz I in totaal 60 000 personen zijn omgekomen. Dit is slechts een klein deel van het totaal aantal mensen dat in dit kamp werd vergast.

 

 

 

 

 

 

 

Onze rondleiding door Auschwitz eindigt om 14.10 uur. Iedereen is er stil van. Wat was dit indrukwekkend. Wat hebben die mensen allemaal meegemaakt. Onmenselijk zoiets. We krijgen even de tijd om naar het toilet te gaan waarna we een korte pauze hebben om onze lunch op te eten.

 

Hierna rijden we door naar Auschwitz II ook wel Auschwitz-Birkenau op vijf minuten rijden. Auschwitz-Birkenau was het tweede van de drie grote kampen van Auschwitz. Auschwitz II was het vernietigingskamp. Het werd in 1942 officieel geopend.

 

Het kamp bevindt zich in Birkenau, de Duitse naam voor het Poolse dorpje Brzezinka (dit dorp werd gesloopt om Auschwitz-Birkenau te kunnen bouwen, al is het na de oorlog herbouwd naast het voormalige vernietigingskamp), ongeveer drie kilometer van Auschwitz I en besloeg een grote oppervlakte van 175 hectare. Behalve Joden, Sinti en Roma werden ook veel gewone burgers uit de toen bezette gebieden, waaronder zo'n 40.000 Vlaamse arbeiders en bedienden die als werkweigeraars waren opgepakt, in Auschwitz II gevangen gehouden.

 

De bouw van het kamp begon in 1941 als onderdeel van de Endlösung der Judenfrage. De nazi's evacueerden de plaatselijke bevolking, waarna de huizen werden gesloopt om in de bouwmaterialen voor de eerste gebouwen te voorzien. Het kamp was ongeveer 2,5 bij 2 kilometer groot en bood ruimte aan 100 000 gevangenen. Er werden meerdere sectoren gemaakt, die weer werden verdeeld in velden. Deze velden waren, net als het gehele kamp, afgezet met prikkeldraad dat onder stroom stond. Veel gevangenen maakten van dit prikkeldraad gebruik om zelfmoord te plegen. In het kamp bestond de uitdrukking er ging zu den Drähten ("hij ging naar de draad"). Hoofddoel van Auschwitz II was de massavernietiging. Hiervoor waren vier gaskamers met bijbehorende crematoria aangelegd. De grootschalige vernietiging begon in het voorjaar van 1942.

 

 

De vernietigingscapaciteit van de eerste gaskamers en grotere verbrandingsovens was in de ogen van de nazi's niet voldoende. Auschwitz moest worden uitgebreid, zeker nadat het een belangrijke rol in de Endlösung kreeg toegewezen. In oktober 1941 kwam men met een radicaal initiatief. Hoofd Bouwwerken Karl Bischoff en de aan het Bauhaus afgestudeerde SS-architect Fritz Ertl werkten aan plannen voor een heel nieuw kamp. Het moest ten noordwesten van het bestaande kamp komen, op de plaats waar het dorp Birkenau lag. Het kamp moest de grootte krijgen van een kleine stad en ongeveer 100 000 mensen kunnen herbergen. Opgevat in de Bauhaustraditie lijkt het algemeen plan met zijn strokenbouw ironisch genoeg op een of andere modernistische buitenwijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In oktober 1941 overlegden Karl Bischoff, leider van de SS-Zentralbauleitung, en Kurt Prüfer van Topf & Söhne over de bouw en installatie van een nieuw, groter crematorium. Topf & Söhne had eerder al de ovens geleverd voor het crematorium in Auschwitz I. Het nieuwe crematorium zou aanvankelijk ook in Auschwitz I komen, maar in de lente van 1942 werd besloten het in Auschwitz II te plaatsen.

 

Vanaf de zomer van 1942 ging Auschwitz II een sleutelrol spelen in de vernietiging van de Europese Joden. Aanvankelijk werd Crematorium II ontworpen met twee ondergrondse mortuaria. De SS besloot echter de plannen te wijzigen. Het crematorium kreeg vijftien verbrandingsovens en had een belendende gaskamer.Aanvankelijk zou er vanuit het crematorium een glijbaan komen om de lijken op te dumpen, die dan terecht zouden komen in het mortuarium. Nu de plannen waren gewijzigd en het mortuarium was veranderd in een gaskamer, werd er in plaats van een glijbaan een trap aangelegd. De deur, die eerst naar binnen openging, opende vanaf dat moment naar buiten.

 

Om voldoende capaciteit te krijgen besloot de SS in augustus 1942 om een identiek crematorium te bouwen. Er werden tevens twee andere crematoria gepland, met de gaskamers boven de grond en minder verbrandingsovens. Een zesde crematorium, dat groter had moeten worden dan alle voorgaande, stond in de planning, maar dit werd nooit gerealiseerd.

 

In augustus 1942 werd er een begin gemaakt met de bouw van Crematorium II. Hoewel de gevangenen iedere dag hard werkten, werd de bouw niet zoals gepland midden februari afgerond, maar een maand later. De gaskamer had een oppervlakte van 210 m² en een hoogte van 2,41 meter. Het plafond bestond uit 22 centimeter dik gewapend beton, met daarbovenop een laag van 45 centimeter aarde. Eind 1943 werd de gaskamer in tweeën gesplitst. Kleinere transporten werden dan in kleinere ruimtes vergast, hetgeen een flinke besparing opleverde. In de gaskamers waren douchekoppen aanwezig, om de slachtoffers tot op het laatste moment in de waan te laten dat ze werden gedoucht en gedesinfecteerd.

 

De gaskamers konden mechanisch worden geventileerd, zodat men niet zo lang hoefde te wachten totdat de ruimte weer beschikbaar was. De gasdichte deur was nog geen twee meter hoog en slechts één meter breed. Als de slachtoffers eenmaal wisten welk lot hen wachtte, begonnen ze vaak tegen de deur te duwen. De Duitsers konden de deuren van buitenaf echter met schroeven stevig vastdraaien als dat nodig was.

 

Het plafond werd ondersteund door zeven pilaren. De openingen waardoor het gas naar binnen kwam werden geplaatst in de buurt van de pilaren 1, 3, 5 en 7. Er was een systeem ontwikkeld waardoor het gas zich sneller verspreidde, waardoor ook de slachtoffers eerder dood waren. De gaskamers konden maximaal 2500 personen tegelijk verwerken.

 

De crematoria IV en V waren zowel qua bouw als qua functie veel eenvoudiger, mede doordat ze vanaf het begin puur als vernietigingsplaats waren ontworpen. Crematorium IV werd gebouwd aan de linkerzijde van de hoofdweg tussen de bouwplaatsen BII en BIII, nabij Kanada III (de plaats waar gestolen goederen werden uitgezocht). Crematorium V werd gebouwd in het aangrenzende berkenbos. De bouw van beide crematoria begon in november 1942. Crematorium IV was op 22 maart 1943 klaar voor gebruik en werd onmiddellijk in bedrijf genomen. Crematorium V werd in april van datzelfde jaar in gebruik genomen.

 

Aan de linkerzijde van de hoofdingang was een grote omkleedruimte. Aan de rechterkant was de eerste van de vier gaskamers gevestigd. De totale grootte van deze gaskamers was 236 m². Twee gaskamers hadden een grootte van bijna 100 m², hetgeen betekende dat de andere twee aanzienlijk kleiner waren. De twee grote gaskamers hadden verschillende deuren, waardoor het ventilatieproces werd versneld en de Sonderkommandos sneller te werk konden gaan. De gaskamers hadden geen ramen, alleen openingen waardoor het gas naar binnen werd gebracht. Deze openingen waren 30×40 centimeter groot en bevonden zich hoog in de muur. De persoon die het gas naar binnen bracht moest op een ladder staan om zijn taak te volbrengen. Deze manier van vergassing zorgde voor een langzamere en pijnlijkere dood van de slachtoffers. Net als bij bunker I en II waren de openingen met een gasdichte klep afsluitbaar. Er waren enkele ovens in de gaskamers geïnstalleerd, zodat de Duitsers zeker wisten dat de temperatuur de 27 graden zou bereiken, de optimale temperatuur voor het gebruik van Zyklon B.

 

Hieronder de restanten van Crematorium II, welke tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers zijn opgeblazen om zo bewijzen te vernietigen.

 

 

 

Nadat we de crematoria hebben bezichtigd lopen we door naar de barakken. Intussen vertelt de gids dat onder het gras waarop we lopen nog vele menselijke botten liggen. In de winter is het zo dat deze gedeeltelijk zichtbaar worden.

 

 

Birkenau was zeer streng beveiligd met vele uitkijktorens met bewapende militairen. Ook het hekwerk rondom het kamp stond onder hoogspanning. Ontsnappen was eigenlijk onmogelijk. Deed je een poging van leidde dit in 99% van de gevallen tot de dood.

 

 

We komen aan bij een nog originele barak.

 

Uit onderzoek in de jaren 90 naar de oorspronkelijke bouwplannen blijkt dat het kamp van meet af aan werd ontworpen om gevangenen onder zeer slechte omstandigheden te kunnen huisvesten. Er was geen stromend water en geen schone, goede vloer. De kans op epidemieën nam hierdoor flink toe. In concentratiekampen in Duitsland werd normaliter voor elke gevangene één kooi gereserveerd; in Auschwitz werd het aantal gevangenen per kooi verhoogd naar drie. Dit betekende dat elke barak 558 personen kon huisvesten. Maar uit de slotberekeningen bleek dat zelfs deze manier van samenpersen niet toereikend was. Met 174 slaapbarakken kwam het totaal aantal gevangenen dat kon worden gehuisvest op 97 000. Bischoff was de mening toegedaan dat dit niet voldoende was en hij nam het besluit om vier in plaats van drie gevangenen in één kooi te plaatsen. Hiermee kwam het aantal personen per barak op 744, hetgeen in totaal 129 456 plaatsen betekende.

 

Het is vandaag zo'n 30 graden. Moet je voorstellen dat de gevangenen de hele dag hadden gewerkt, zich niet kunnen wassen en met 8 tot 10 personen tegen elkaar aan lagen. Wat moet dat een verschrikking zijn geweest...

 

 

 

 

Tegen 16.00 uur zijn we klaar met de rondleiding door Birkenau, dat overigens vandaag door vele Israëlische jongeren werd bezocht. Bij de bus aangekomen heeft Artie de bus al draaiende met een heerlijk verkoelende airco. We rijden terug naar het hotel. Het was een zeer indrukwekkende dag tot nu toe. Veel indrukken opgedaan en veel wijzer geworden. Ik kan iedereen die ooit naar Krakau gaat aanraden om de excursie naar Auschwitz en Birkenau te maken. Het zou eigenlijk verplicht moeten worden op iedere school in Nederland. Beseffen wat er destijds allemaal is gebeurd. Hier wordt je pas echt op de feiten gedrukt. Zoiets mag nooit meer gebeuren.

 

We zijn omstreeks 17.15 uur bij ons hotel en gaan meteen naar de kamer toe. Ons pasje werkt niet, dus naar de receptie toe. Nieuw pasje en die werkt wel. We gaan om 18.00 uur dineren dus we moeten ons een beetje haasten. Ik ben snel klaar met opfrissen maar Jozien heeft wat meer tijd nodig. Het diner is weer prima. Ons hoofdgerecht bestaat uit een heerlijke kippenbout. Het duurt wel allemaal erg lang voordat iedereen opgediend is.

 

 

Na het diner verzamelt iedereen op het terras voor het hotel. Artie trakteert ons op een kersen of hazelnoot likeurtje. Dan op weg naar het centrum. We kunnen zelf bepalen of we met de bus om 22.15 uur mee terug gaan of wat langer in het centrum blijven en met een taxi terug gaan. We kiezen voor de laatste optie. Het is heerlijk aangenaam qua temperatuur. We wandelen naar het grote plein. Onderweg komen we een grote slijterij tegen. Even proberen of ze hier wel Cointreau hebben. We hebben geluk! Aangekomen op het plein zoeken we een terras op. Ondanks dat het druk is vinden we snel een terras. Heerlijk ontspannen na al die indrukken van vandaag. We genieten en lachen wat af.

 

 

 

 

Rond 23.30 uur nemen we een taxi. Voor 30 Zloty brengt te man ons naar het hotel. Daar aangekomen zit een groot gedeelte van de groep nog op het terras. De bar is inmiddels gesloten dus we denken pech te hebben. Maar Artie is een prima gastvrouw. Uit haar bus tovert de een koude fles witte wijn. We hebben de grootste lol en de mooiste verhalen komen voorbij. Maar aan alles komt een einde dus tegen 1.00 uur naar bed.

 

   

 

 

Terug

 

Volgende Dag

 

 

Effeweg - busreizen, stedentrips, excursies en meer!

 

Copyright M.Bernards